|
|


.jpg)


Wetgeving |
Het merendeel van de milieukundige bodem- onderzoeken en saneringen vloeien voort uit de Wet Bodembescherming. Sinds 1987 is deze wet in werking getreden om geval- len zoals “Lekkerkerk”, waar een woonwijk was gebouwd op vervuilde grond, te voor- komen. Naast de Wet Bodembescherming is de Wet Milieubeheer vaak een aanleiding voor bodemonderzoek. Verontreinigingen kunnen ingewikkelde juridische vraagstukken teweegbrengen zoals het bepalen van de verantwoordelijke voor een verontreiniging, de samenhang tussen verschillende verontreinigingen, het tijdstip van het ontstaan van een verontreiniging of de ligging van een verontreiniging ten opzichte van (meerdere) kadastrale percelen. Bij een aantal grotere projecten heb ik mij bezig gehouden met dergelijke juridische vraagstukken. Met name bij het verkrijgen van beschikkingen en toestemmingen van het bevoegd gezag. |
Uit de Wet Bodembescherming zijn door de jaren heen verscheidene regelingen, besluiten en normen voortgekomen. Aangezien deze regelingen, besluiten en normen van toepassing zijn op bodemonderzoek en saneringen heb ik hier veelvuldig mee te maken gehad. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de Circulaires Bodemsanering, Regeling en Besluit Uniforme Saneringen, Wet Kwalibo (en de nieuwe BRL richtlijnen) en het Besluit Bodemkwaliteit. Naast het landelijke beleid heb ik veelvuldig te maken gehad met provinciaal en gemeentelijk beleid. Elke provincie en gemeente heeft namelijk specifiek beleid opgesteld waarbij met bodemonderzoeken en saneringen rekening gehouden dient te worden (zoals bodemkwaliteits-kaarten en bodembeheersplannen). Mijn ervaring is dat er, vanwege een gebrek aan tijd / budget en het niet eenduidig formuleren van beleid, vaak discussie ontstaat bij uitgevoerde bodemonderzoeken en saneringen tussen overheden en bodemintermediairs. |